Tekst - Joost Pollman

"Over koeien en moeders"


Pedro Bakker – Over koeien en moeders

´De koeien van Albert Cuyp zijn evenveel waard als de filosofen van Poussin’ [Théophile Thoré, 1847]

Koeien op één lijn stellen met filosofen, dat moet je durven. Halverwege de negentiende eeuw brak de criticus Théophile Thoré een lans voor het Hollandse in de schilderkunst, voor het alledaags-picturale en voor alles wat niet van het buitenland was afgekeken. Hij doopte het schilderij ‘De Weide’ van Paulus Potter om tot Vache Philosophe om de verhevenheid van iets schijnbaar banaals te benadrukken. Pedro Bakker heeft de les van Thoré ter harte genomen en noemt zich de Koefilosoof. Eigenlijk was Bakker (1952, Onderdijk) een schilder van het type verfhuid en pasteuze toets, maar hij wilde een verhaal vertellen en ontdekte dat hij dat tekenend beter kon dan schilderend. Zijn mentor Toon Verhoef had ook al gezegd: ‘Ga tekenen, en het maakt niet uit wat je tekent!’ En dus begon Bakker koeien te tekenen; niet uit Fries nationalisme (hij is van de andere kant van de Zuiderzee) maar omdat ze om de hoek stonden, die koeien. Al snel plakte hij met uitgeknipte krantenletters teksten in zijn tekeningen (‘Ze zijn sensationeel – het vee is mijn muze’, ‘De mens is de enige diersoort’) en zo ontstond de serie KOEIENLETTERS. Die collages zijn gebleven, de koe als motief zou mettertijd op stal worden gezet, maar niet nadat Bakker deze periode had afgesloten met een grote houtskooltekening getiteld ‘De Koefilosoof’, waarop we in de breedte een stel runderen in de wei zien staan met daarvoor de halfnaakte kunstenaar, ‘getooid’ met een koeienkop op zijn schouders. Hoe ver moet en kun je gaan in de vereenzelviging met je object? In zijn boek ‘The Postmodern Animal’ schrijft Steve Baker dat veel hedendaagse kunstenaars zich bezighouden met het onderzoeken van de dierlijke identiteit; de enige manier om in de huid van het dier te kruipen is door deze uitdrukking letterlijk te nemen. Becoming animal, noemt hij die strategie, en dat is precies wat Bakker gedaan heeft. De mens, schreef hij al, is de enige diersoort.

Eind 2006 nam Pedro Bakker in de Groningse galerie Sign deel aan de groepstentoonstelling ‘Reading the Drawing’, die het grensgebied wilde onderzoeken tussen stripkunst en beeldende kunst, tussen anekdotiek en autonomie. Een van de deelnemers was Dominique Goblet uit Brussel, die onder meer het boek ‘Souvenir d’une journée parfaite’ heeft gepubliceerd, waarin ze de dood van haar vader heeft verwerkt en bewerkt in een reeks losse, associatief met elkaar verbonden scènes. Zo kan het dus ook, dacht Bakker, je hoeft je niet vast te pinnen op een van A tot Z uitgeschreven scenario om toch een intens verhaal te kunnen vertellen en verbeelden. Een geschiedenis had hij al: de zelfmoord van zijn moeder. Maar voor hij daar aan toe was, produceerde hij twee beeldverhalen die zijn deelname aan ‘Reading the Drawing’ verklaren. In Sign was een wand gevuld met het kleurpotloodverhaal 'Is P.Kierk an artist or not?'. Deze Kierk is een cocktail van onze Westfriese kunstenaar en de Deense denker Kierkegaard, die zich een weeklang opsluit in een Portokabin in de wolkenkrabberomgeving van Amsterdam-Sloterdijk. Dit kluizenaarachtige Portokabin-avontuur gebruikt Bakker om te bespiegelen over esthetiek, ethiek en erotiek. Het verband daartussen is typisch Kierkegaardiaans en kuisheid is één van de oplossingen die het personage Kierk bedenkt. Als een echte Diogenes loopt hij halfnaakt rond tussen de fly-overs en de kantoorkolossen, en op een gegeven moment besluit hij de toiletpot buiten in het gras te zetten omdat zijn moeder zichzelf van het leven heeft beroofd op de wc en omdat Sarah Lucas heeft geschreven dat suicide is genetic. Een ander verhaal, heel naïef en stripachtig getekend, is ‘King Honey’. Het gaat over een kleine koning die billenkoek krijgt van een dominante vrouw. Ze bindt hem met een ijzeren ketting aan een dikke berk en smeert hem in met honing. In dit femdom-sprookje komen ook een jongetje en een meisje voor die zo weggelopen zouden kunnen zijn uit ‘Max und Moritz’ van Wilhelm Busch (1832 - 1908), een van de grondleggers van de strip. In de tekst wordt verwezen naar enkele liedjes, waaronder de wereldhit van Shirley Bassey uit 1959 waarin het volgende couplet voorkomt:

Kiss me, honey, honey, kiss me Thrill me, honey, honey, thrill me Don't care even if I blow my top But, honey, honey, don't stop I'd like to play a little game with you A little game especially made for two If you come close then I will show you how Closer, closer, now

Heeft Koning Honing bezwaar tegen deze intimidatie? Neen. De vermenging van bleue jongensachtigheid en een volwassen, vrouwelijke sexualiteit heeft Freudiaanse trekjes en komt tot volle en navrante bloei in Bakkers huidige werk, dat bestaat uit collages waarin pin-up-foto’s worden gecombineerd met krantenkoppen uit Britse tabloids en tekeningen die het uitgeknipte materiaal manipuleren en een andere inhoud geven. Bakker plaatst morsige prentjes uit de Sun en de Star naast beeldcitaten uit het oeuvre van Rops en Rembrandt: “Ik radicaliseer het beeld.” De basis voor deze collageserie bestaat uit de familiekiekjes van de Bakkers uit Onderdijk. Hij zou zich schamen om deze kiekjes ‘naakt’ aan het publiek te laten zien, want de foto’s zijn onpersoonlijk, momentopnamen die de ervaring (lees: de complexiteit van het gezinsdrama) geen recht doen. Om de beelden “aanvaardbaar” te maken, zoals Bakker het noemt, moet hij ze natekenen en toeëigenen, ongeveer zoals Marcel van Eeden foto’s van vóór zijn geboortejaar 1965 met vet grafiet natekent om zijn eigen prehistorie tastbaar te maken. In de oedipale collage ‘Pornocchio’ zijn naast elkaar twee vrouwen afgebeeld - de een draagt een bloemjurk, de ander een doorkijkjurk – die worden begluurd door de zoon. Het gluren zelf is niet getekend en dat hoeft ook niet, want het is de kijker zelf die gluurt en erotische details opzoekt. Grote inspiratiebron bij deze serie is Georges Bataille, alweer een filosoof, en schrijver van het postuum gepubliceerde ‘Ma Mère’. Bakker portretteert hem arm in arm met zijn moeder en geeft haar daarmee een nadrukkelijke plek in het denken over incest en transgressie, Batailles term voor het (in extase) overschrijden van grenzen en taboes. Symboolzwangerschap: op Valentijnsdag 2009 opende in Bureau Leeuwarden de solotentoonstelling ‘Story’ waar Pedro Bakker zijn familiegeschiedenis en andere verhalen laat zien. De ouverture wordt gevormd door een enorme boulevardpers-collage met daarop de tekst OUR MUM FELT NEGLECTED AND WANTED SYMPATHY. In koeienletters uiteraard.

Joost Pollmann

N.B. Aan Universiteit van Amsterdam (i.s.m. de Rietveld Academie) doet Pedro Bakker een Master Artistic Research. Hij onderzoekt er de beeldende mogelijkheden van: zijn moeder.